Tussen Snickers, M&M’s en gevulde koeken lagen tot voor kort ook concentratiepilletjes

Petra Vissers – Trouw –  

Het is eigenlijk heel simpel. Hij kijkt waar studenten behoefde aan hebben, en stopt dat in een automaat. Dus zitten er in de automaten van directeur Kevin de Krieger van ‘School Supply’ bijvoorbeeld geodriehoeken, hoesttabletten, condooms en concentratiepillen.

Tot voor kort dan, want op de Universiteit van Amsterdam werden de wenkbrauwen gefronst naar aanleiding van de concentratiepillen ‘Braincaps Boost’. De pillen, ontwikkeld door een bedrijfskunde- en een geneeskundestudent, bevorderen volgens de makers het denkvermogen, de alertheid, het geheugen en het concentratievermogen van studenten. Hoe dan? Door ‘de werking van cafeïne naar een hoger niveau te tillen’. De hoeveelheid cafeïne per pil is vergelijkbaar met anderhalf blikje Red Bull. Volgens De Krieger is de pil ‘in principe een alternatief voor Ritalin’.

Concentratie uit een pilletje

Die medicatie is bedoeld om mensen met ADHD te kalmeren, maar werkt concentratieverhogend voor wie geen last heeft van ADHD. Het is een medicijn dat alleen op recept verkrijgbaar is, maar waarover eens in de zoveel tijd verhalen over opduiken dat ze verhandeld worden onder studenten.

Volgens geschiedenisstudent Jan Trooster (60), zelf apotheker, zijn de concentratiepillen gewoon kwakzalverij. Er is volgens hem geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor de claim dat de pillen het brein optimaal stimuleren. Volgens de makers van Braincaps is die onderbouwing er wel. De samenstelling van de pillen is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, benadrukt Mucahit Yalaniz, een van de bedenkers en eigenaars.

De Krieger maakt zich er niet al te druk om. “Er is een klacht geweest en daarop heeft de UvA besloten de pillen tijdelijk uit de automaten te halen. Wij staan er nog steeds achter. Maar we gaan nu maar even kijken hoe het verder gaat.”


Het perspectief van de werkgever

“Het feit dat er behoefte is aan een (concentratie)middel laat zien dat er een onderliggend probleem is. Is het niet beter daar te beginnen? Op deze manier creëer je starters die zichzelf en hun omgeving kennen en onder controle hebben. Laten we de schouders eronder zetten en ook juist als werkgever hier transparant in zijn: wat speelt er nu eigenlijk in het leven van jouw jong talent?”